Tekst Andrea Jansen en Chrissy Selten
Foto CoMensha - Ernst Coppejans

Bij de aanpak van mensenhandel is vaak meer aandacht voor de dader dan voor het slachtoffer. Dat kan anders, vindt Ina Hut van CoMensha, het landelijk Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel. “Door het aanstellen van zorgcoördinatoren in de regio’s worden slachtoffers beter opgevangen en begeleid.”

Ina Hut
Ina Hut, directeur-bestuurder van CoMensha. Foto: Foto-Groep Doorn

In 2015 adviseerde de commissie Lenferink al om in elke regio in Nederland een zorgcoördinator aan te stellen. De zorg voor slachtoffers van mensenhandel liet te wensen over en een zorgcoördinator kan snel de juiste instanties inzetten voor opvang, begeleiding en huisvesting van slachtoffers. Echter, het aantal gemeenten dat erkent dat in hun gemeente mensenhandel plaatsvindt, is laag.

Zorgkaart
In 2015 adviseerde de commissie Lenferink om in elke regio in Nederland een zorgcoördinator aan te stellen. Dat is echter nog niet in alle regio's gebeurd. In de regio's waar geen regiocoördinator aanwezig is (grijze kleur op het kaartje), verzorgt CoMensha deze zorgcoördinatie op afstand.

Helft

“Het gevolg daarvan is dat 3,5 jaar na het rapport van de commissie Lenferink nog steeds maar in de helft van Nederland een zorgcoördinator is aangesteld”, constateert Ina Hut, directeur-bestuurder van CoMensha. “En de meesten van hen waren er al voordat het advies van de commissie Lenferink uitkwam. Dat is ernstig, want alleen met een adequaat landelijk dekkend netwerk krijgen slachtoffers de juiste zorg. De zorgcoördinatoren die er wel zijn, hebben bovendien soms meer capaciteit nodig.” CoMensha neemt de honneurs waar in gebieden zonder zorgcoördinator. “Maar dat is niet ideaal, omdat wij op afstand de zorg moeten regelen, in regio’s waar wij de juiste instanties niet altijd kennen. Daarom lobbyen wij voor een landelijk dekkende zorgcoördinatie, met zorgcoördinatoren die een netwerk opbouwen van regionale hulp- en opvanginstellingen en ook de landelijke specialistische zorg weten te vinden.”

Subsidie

CoMensha en VNG hebben onlangs gezamenlijk subsidie gekregen van het ministerie van VWS om dit landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatoren op te zetten. “Gemeenten hebben een belangrijke rol in de strijd tegen mensenhandel en in de opvang van slachtoffers. Het is goed om te zien dat recentelijk de centrumgemeenten Alkmaar en Almere gestart zijn met de realisatie van zorgcoördinatie in de regio. Er zijn echter nog te weinig gemeenten die investeren in een goede zorgcoördinatie voor slachtoffers. De komende jaren hopen we hierin verandering te brengen.”

Wat doet een zorgcoördinator?

Een zorgcoördinator coördineert de zorg voor slachtoffers van mensenhandel in een regio. Hij of zij vormt de schakel tussen allerlei partijen in het strafrecht en de zorg en is tegelijkertijd de overkoepelende casemanager in het opvang- en zorgtraject voor het slachtoffer.

Opsporingsdiensten, onderwijsinstellingen, de medische sector en hulpverlenende instanties kunnen een zorgcoördinator om advies vragen en melding doen van mensenhandel. De zorgcoördinator zorgt voor de juiste hulp en opvang voor het slachtoffer. In de gebieden waar door gemeenten nog geen zorgcoördinator is aangesteld, verzorgt CoMensha de zorgcoördinatie. Zorgcoördinatoren uit het hele land bespreken regelmatig ideeën, trends en knelpunten in het Landelijk Zorgcoördinatorenoverleg, onder leiding van CoMensha.

Een overzicht van alle zorgcoördinatoren is te vinden op wegwijzermensenhandel.nl

Daniëlle van Went
Daniëlle van Went, zorgcoördinator regio Eindhoven
Rob Kelder
Rob Kelder, zorgcoördinator Fier regio Friesland

Heftigheid

Daniëlle van Went, zorgcoördinator regio Eindhoven:

“Een slachtoffer komt bij ons binnen via bijvoorbeeld de politie, de huisarts, of schoolmaatschappelijk werk. Wij praten met het slachtoffer en proberen te achterhalen wat er gebeurd is en wat de risico’s zijn. Ook gaan we na of er overlap is in zaken, of bijvoorbeeld meerdere slachtoffers worden uitgebuit door dezelfde dader. Daarna bekijken we met onze gedragswetenschapper welke hulp het beste past en we proberen deze hulp dan zo snel mogelijk te regelen. Tegelijkertijd is het ook belangrijk om zichtbaar te zijn voor slachtoffers. Want als je wilt dat slachtoffers naar je toe komen en dat de omgeving signalen doorgeeft, moet je laten weten dat je er bent. Daarbij is het on- en offline veldwerk ontzettend belangrijk. Als we een tip krijgen dat er ergens iets mis is, gaan we er zelf naar toe en op onderzoek uit. Hoewel iedere werkdag er anders uitziet, verbaas ik me bijna dagelijks over de heftigheid van dingen en de manieren die daders vinden om meisjes en jongens uit te buiten.”

Gekkenhuis

Rob Kelder, zorgcoördinator Fier regio Friesland:

“Een typische werkdag? Die bestaat in mijn functie niet. Gisteren was bijvoorbeeld mijn agenda leeg, maar was het alsnog een gekkenhuis doordat er veel cliënten langskwamen, mentoren belden en brieven van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) binnenkwamen, die vroegen om spoedacties. Mijn doel is om zoveel mogelijk beschikbaar te zijn voor cliënten. Zij komen voornamelijk met vragen over de juridische procedure. Zo kwam er laatst een meisje binnen dat twijfelde over het doen van aangifte. Zij was bang dat haar familie wat zou overkomen. Ze durfde zelfs niet naar een informatief gesprek met de politie. Toen heb ik gezegd: ‘En wat als iemand van de politie nou naar hier komt om uit te leggen wat ze voor jou kunnen betekenen? We hoeven dan nog niet eens je naam te noemen’. Dat vond ze goed. Uiteindelijk heeft ze aangifte gedaan.”